Gebiedsgericht grondwaterbeheer begint met samenwerken

Het staat hoog op de agenda in Woerden; een gebiedsgerichte aanpak bij de ontwikkeling van het voormalige Defensie-eiland in het centrum van de stad. Met deze integrale aanpak van sanering en herinrichting van het gebied zet de gemeente in op meerdere vliegen in één klap. Dat vraagt allereerst om een goede verkenning van rollen, taken en verantwoordelijkheden. Vervolgstappen worden nu gezet in nauwe samenwerking met onder meer het UP en de provincie.

defensie-eiland

De ambities zijn helder volgens Peter Rood, projectleider Gebiedsgericht grondwaterbeheer bij de gemeente Woerden. “We willen in 2030 een klimaatneutrale gemeente zijn en – heel concreet – ruimte bieden aan een nieuw woningbouwproject op het voormalige Defensie-eiland. Daarnaast spelen er een aantal opgaven, zoals het beschermen van de drinkwaterwinning tegen verspreiding van grondwaterverontreiniging, grondwaterbeheer dat risico’s op fundatieschade tegengaat en – vooral in het buitengebied – omgang met bodemdaling. En dat alles tegen de achtergrond van de Omgevingswet, de decentralisering en de daarmee verschuivende verantwoordelijkheden. Het is een complex geheel, maar we zijn overtuigd van de kansen die een integrale aanpak biedt.”

Volop kansen voor een effectieve aanpak

De voormalige wasserij op het Defensie-eiland heeft voor een bodemverontreiniging gezorgd die nu gesaneerd wordt in samenhang met de herontwikkeling; de grondwaterpluim dient nog te worden aangepakt. De klimaatambitie wil Woerden onder meer invullen door in te zetten op warmte-koudeopslag (WKO). Daarnaast is er een drinkwatergebied in de gemeente dat aan het grondwater trekt en dus om gebiedsgericht grondwaterbeheer vraagt. Rood: “Als we dan toch met de bodem aan de slag gaan, combineren we de werkzaamheden het liefst zo efficiënt mogelijk. We onderzoeken de maximale verspreiding naar de drinkwaterwinning zodat we weten waar we eventuele beheersmaatregelen nodig zijn. Ook onderzoeken we de samenstelling van de deklaag van de bodem in de stadskern van Woerden met het oog op het voorkomen van eventuele risico’s van paalrot. Het gebiedsgerichte grondwaterbeheer steekt dus in op meerdere maatschappelijke thema’s en sluit daarmee ook aan op de Omgevingswet.”

Gedeelde belangen

De eerste verkenning daarvan heeft inmiddels plaatsgevonden. “We hebben een externe werkgroep opgezet waarin naast de gemeente ook drinkwaterbedrijf Oasen, het waterschap HDSR en de provincie Utrecht aan tafel zitten. In onze eerste verkenning bleek direct dat het soms lastig is grenzen te trekken. Heel concreet de grens om het gebied dat je bekijkt, maar ook de grenzen van ieders taken. Zo is bodemverontreiniging onder de nieuwe Omgevingswet een taak van de gemeente en grondwaterverontreiniging met de kaderrichtlijn water en haar drinkwatertaak een opgave voor de provincie. Terwijl ze in de praktijk natuurlijk in elkaar overvloeien. We hebben elkaar dus nodig.”

Breng de rollen in kaart

Het is in deze periode van decentralisatie en warme overdracht ook nog zoeken naar de rol van waterschappen. Rood: “Ook die betrekken we in onze verkenning. Het is zaak dat we met elkaar zo snel mogelijk vaststellen welk bevoegd gezag over wat gaat en hoe we gezamenlijk belangen ook gezamenlijk behartigen. Een voorbeeld is de toepassing van WKO; dit past in het plaatje van een klimaatneutrale gemeente maar moet een vergunning uiteindelijk door de provincie worden afgegeven. Het is in ieders belang met elkaar in gesprek te gaan.”

Dankbare hulp van buiten

Er begint nu langzaam een doorkijkje te ontstaan naar hoe de gebiedsgerichte aanpak straks vorm zal krijgen. “Al blijft het lastig omdat de nieuwe wetgeving nog niet helemaal is geland. Het is dan ook erg fijn om door het UP te worden ondersteund in deze zoektocht. Onder meer door hulp vanuit het ministerie van I&M en een jurist die met ons meedenkt. Ook onze deelname aan het Living Lab dat in Utrecht is opgezet is waardevol; daar inspireren we anderen maar leren we zelf minstens zoveel van de andere casussen die gerelateerd zijn aan de nieuwe Omgevingswet.”