Kamerbrief over arseen in de bodem

Staatssecretaris Van Veldhoven (IenW) informeerde op 30 augustus 2018 de Tweede Kamer over de resultaten van het onderzoek naar de gezondheidsrisico’s van arseen in de bodem en het grondwater in Apeldoorn.

staatssecretaris-van-veldhovenZij doet dit naar aanleiding van de rapportage Herziening van ecologische risicogrenzen voor arseen in de bodem. De normen voor arseen in de bodem worden voorlopig niet aangepast. Deze normering voor arseen zal wel worden meegenomen in een breder onderzoek dat het RIVM inmiddels is gestart naar de actualiteit van de risicomethodieken voor de beoordeling van chemische stoffen in de bodem. De resultaten hiervan komen naar verwachting in 2020 beschikbaar.

RIVM-rapport 2018

Arseen komt van nature in de Nederlandse bodem voor, maar kan ook door menselijke activiteit in de bodem terechtkomen. De aanwezigheid van arseen in de bodem kan leiden tot risico’s voor de ecologie en de gezondheid. Het gebruik van arseen is daarom steeds meer aan banden gelegd. De norm, die in de regelgeving is opgenomen, is gebaseerd op de laagste waarde van de risicogrenzen voor humaan-toxicologische en ecologische risico’s. Voor arseen bepaalt de ecologische risicogrenswaarde van 76 mg/kg de hoogte van de norm, en deze ligt ruim onder de vigerende risicogrenswaarde voor humaan-toxicologische risico’s (576 mg/kg).

Voorlopig geen aanpassing normen arseen in bodem

arseenGezien het feit dat de arseengehalten van een groot deel van de Nederlandse bodem reeds van nature de voorgestelde aangescherpte ecologische risicogrenswaarde overschrijden, acht staatssecretaris Van Veldhoven de maatschappelijke consequenties van aanpassing van de norm momenteel groot. Daarbij neemt de staatssecretaris mee dat de betreffende waarden onder de humane risicogrenswaarden liggen en er dus geen risico’s voor de mens in het geding zijn.