Project ‘In de ondergrond blijven’: Schades en faalkosten sleufloze technieken reduceren

Sleufloze technieken maken het mogelijk kabels en leiding aan te leggen met behulp van ondergrondse boringen zonder graafwerk in de bodem. Groot voordeel daarvan is dat de omgeving veel minder hinder ondervindt dan bij het ‘openleggen’ van het maaiveld. Toch gaan er geregeld dingen fout. Bijvoorbeeld omdat boringen stuiten op onverwachte obstakels in de ondergrond. Het project ‘In de ondergrond blijven’ ontwikkelt instrumenten voor bedrijven en overheden om de faalkosten bij toepassing van sleufloze technieken te verkleinen.

“Het project is één van de acht gegunde projecten uit de eerste uitvraag van het Kennis- en Innovatieprogramma”, vertelt Arthur de Groof, programmasecretaris Landbodems van het SIKB, de indiener van het projectvoorstel. Binnen deze netwerkorganisatie werken overheid en bedrijfsleven samen aan kwaliteit binnen de praktijk van bodem en ondergrond.

Drie producten

“We richten ons met het project op de ontwikkeling van drie producten”, zegt De Groof. “De eerste is een nieuw protocol voor het geotechnisch vooronderzoek. Dat is cruciaal bij het toepassen van sleufloze technieken. Het protocol is vooral van belang voor die partijen die zich bezighouden met de voorbereidende fase en het ontwerp van de te boren constructies. Voorbereiding is altijd belangrijk. Je gaat werken in een medium waar je niet doorheen kunt kijken en tijdens de daadwerkelijke uitvoering kom je altijd onverwachte dingen tegen. Maar hoe beter het vooronderzoek is gedaan, hoe minder je voor verrassingen komt te staan. Dat betekent ook: minder faalkosten en kortere doorlooptijden. Een goed vooronderzoek kan een enorm verschil maken.”

Kennisdocument

Het tweede product is een kennisdocument voor de overheden die op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving bij projecten in de ondergrond betrokken zijn. De Groof: “De kennis die we aanreiken moet hen bijvoorbeeld helpen het vergunningentraject zo in te steken, dat de kans op schades en falen zo klein mogelijk is. Ten slotte is het project ook bedoeld om een specifieke vernieuwende boormethode te valideren. Die door een aannemer ontwikkelde methode voor zogenoemde boogboringen komt daarmee beschikbaar voor het uitvoerende bedrijfsleven en kan na validatie op grotere schaal worden toegepast.”

Niet verplicht

Overigens zullen het kennisdocument en het protocol voor de voorbereiding geen verplichtend karakter hebben. De Groof: “Het is straks niet verplicht om ze te gebruiken. We hopen natuurlijk wel dat ze zodanig veel toegepast zullen worden dat het gebruik gemeengoed wordt. Maar er komt geen dwang.”


Oorspronkelijk was het de bedoeling de drie producten gelijktijdig te ontwikkelen. “We kwamen al snel tot het inzicht dat het kennisdocument voor de overheid gebaseerd zou moeten zijn op het protocol voor het voorbereidende geotechnische grondonderzoek”, maakt De Groof duidelijk. “Het moet één op één op elkaar aansluiten. Het protocol hebben we in ‘ontwerp’ gereed en hopen we in het voorjaar van 2019 definitief af te kunnen ronden. Nu kunnen we dan ook starten met het kennisdocument. De verwachting is dat het gehele project eind 2019 – over een klein jaar – gereed is.”