Instrumentarium voor integraal beeld van bodem en ondergrond

Om besluitvormingsprocessen transparanter en gegronder te maken, wordt er vaak gebruik gemaakt van instrumenten. Zo ook voor de verschillende problematieken rondom bodemdaling. Door Rijkswaterstaat/Bodem+ is de zoekmachine Bodemvizier in het leven geroepen. Hierin is niet alleen een breed scala aan instrumenten verzameld, maar ook gegroepeerd op basis van bijvoorbeeld een bepaalde type opgave. Veel van deze instrumenten zijn door allerlei betrokken partijen op verschillende momenten gebruikt, met veelal positieve resultaten. In een reeks besteden we maandelijks kort aandacht aan het gebruik van instrumenten. In deze zevende editie is Werncke Husslage, senior milieuplanoloog bij de Provincie Zuid-Holland aan het woord over het gebruik van instrumentarium om een integraal beeld te krijgen van de bodem en de ondergrond.

Bij het ontwikkelen van beleid, een van de kerntaken van de Provincie, moet zij vrijwel altijd vanuit een integraal beeld kijken naar opgaven. Zo ook naar het domein van de bodem en ondergrond, dat in Nederland onlosmakelijk met andere domeinen is verbonden. Om in dit multidisciplinair veld met verschillende actoren enige vorm van structuur aan te brengen, gebruikt het 3D-Ordeningsteam van de Provincie voor co-creatie met regionale en lokale partners, een zogenaamde praatplaat en template 3D-Ordening.

P1299_PZH-3DOrdening_Praatplaat_Final_A0

Waar eerst een combinatie van de ondergrondwijzer, de bodematlas en bodemladder gebruikt werd, is er nu een kader waarin aspecten uit al de 3 instrumenten voorkomen.  De praatplaat, primair bedoeld om het gesprek met actoren aan te gaan, helpt vooral om de raakvlakken tussen verschillende technische, procesmatige en institutionele elementen actief in de bodem en de ondergrond te identificeren.

Werncke geeft aan dat het instrument reeds met succes in de praktijk wordt gebruikt. Een voorbeeld is de gemeente Hillegom, waar de praatplaat een kader is geweest voor het opstellen van de omgevingsvisie. “Het proces wordt goed in kaart gebracht en je komt sneller tot een toegepaste lagenbenadering. Dat allemaal met een hele simpele methodologische illustratie, aansluitend bij omgevingsbeleid.”

Hij is ervan overtuigd dat het instrument ook andere gemeenten, waterschappen en provincies kan helpen om de bodem en ondergrond duurzaam veilig en efficiënt te verbinden aan (ruimtelijke) planvorming en gebiedsontwikkeling, om zo gerichter beleid te ontwikkelen.