Monitoringsverslag UP 2018

Uitvoering goed op stoom, maar met doorlopende opgaven

In het convenant Bodem en ondergrond zijn afspraken gemaakt om de risico’s van alle verontreinigde locaties met onaanvaardbare risico’s voor mens, ecologie en verspreiding uiterlijk in 2020 te beheersen. Waar dat om financiële redenen niet lukt moeten de onaanvaardbare risico’s in beeld zijn en de uitvoering van de aanpak daarvan zijn gepland. In dit jaarlijkse verslag wordt de voortgang van die afspraken gevolgd.

De overall conclusie is dat de convenantspartijen goed op stoom zijn bij het in uitvoering krijgen van saneringen, het beheersen van de risico’s en afhandelen van de locaties met onaanvaardbare risico’s. De doelen van het convenant over de geïdentificeerde locaties met onaanvaardbare risico’s zijn daarmee bereikbaar en realistisch.

Tegelijkertijd moet worden vastgesteld dat een substantieel deel van de locaties (ca. 500) in uitvoering is of zal zijn gestart in 2020, maar dat de definitieve beheersing van de risico’s en afhandeling van de locaties zal worden gefinaliseerd na 2020 (of zelfs eeuwigdurend is). Ook op het gebied van nazorg, diffuse verontreinigingen, gebiedsgericht grondwaterbeheer, waterbodems en nieuwe verontreinigingen hebben verschillende overheden een opgave die na 2020 doorloopt.

Uit de monitoring blijkt dat de problematiek rondom diffuse bodemverontreiniging als gevolg van de grotere risico’s van loodverontreinigingen omvangrijker is dan gedacht en dat de problematiek met nieuwe verontreinigingen, bijvoorbeeld PFAS, steeds vaker leidt tot behoefte aan nieuw handelingsperspectief en in een aantal gevallen tot substantiële financiële inzet. Deze nieuwe inzichten leiden bij sommige bevoegde overheden tot een grotere opgave dan was voorzien bij het afsluiten van het convenant. Voor enkele overheden betekent dit dat zij op deze onderwerpen een opgave hebben die ook na 2020 resteert. Het Rijk heeft aangekondigd samen met de decentrale overheden een algemene methodiek te ontwikkelen hoe om te gaan met zeer zorgwekkende stoffen. Het kennisproject van het uitvoeringsprogramma draagt daar aan bij.

Het uitvoeringsprogramma heeft een overzicht gemaakt van de kosten voor het beheer van de historische verontreinigingen na 2020. Duidelijk is dat ook na 2020 nog substantiële kosten voor het beheer van historische verontreinigingen aan de orde zijn. Bij het vraagstuk van financiering van het bodembeheer na 2020 moet niet alleen rekening worden gehouden met de locaties met onaanvaardbare risico’s die na 2020 nog in uitvoering zijn maar ook met onderwerpen die in dit convenant benoemd zijn en waarvoor kosten na 2020 aan de orde zijn: het beheersen van diffuse verontreiniging, grondwater beheergebieden, waterbodems (c-lijst locaties), nieuwe bedreigingen en nazorg. Bij de financiering van het bodembeheer na 2020 moet rekening worden gehouden met de wijziging van bevoegdheden als gevolg van de invoering van de Omgevingswet.