Baggeren om te kunnen varen

Gepubliceerd 10 september 2020

Dagelijks voert Rijkswaterstaat onderhoud uit aan de vaarwegen. Zo blijven de rivieren en kanalen goed bevaarbaar en blijft de waterhuishouding op orde.

René Vonder, coördinerend technisch adviseur bij Rijkswaterstaat: ‘Als we niet baggeren, kunnen schepen bij laagwater veel minder lading vervoeren en lopen ze in het uiterste geval vast.’

Honderden schepen varen dagelijks over de Nederlandse rivieren en kanalen. Vanwege het grote economische belang van het scheepvaartverkeer, is het zaak om de waterwegen het hele jaar door bevaarbaar te houden. Daarnaast is een goede waterhuishouding van vitaal belang: er moet voldoende water zijn bij droogte en de waterkwaliteit moet goed zijn voor mens, dier en plant.

Meanderend

'Nu we in Nederland, en met name ook in Oost-Nederland, de laatste jaren steeds vaker te maken hebben met droogte en laagwater, is de urgentie voor structureel onderhoud aan de waterwegen gegroeid', vertelt Sylvain van der Velde, adviseur contract bij Rijkswaterstaat.

‘Met name in de IJssel kan laagwater voor grote problemen zorgen. Deze rivier is prachtig door zijn sterk meanderende karakter, maar dit heeft ook een keerzijde. De vele bochten zorgen voor sterke sedimentafzetting en maken het water moeilijk bevaarbaar. Zeker in de boven IJssel, waar de rivier met slechts 40 m op z’n smalst is. Ter vergelijking: de Waal is over de gehele lengte 150 m breed bevaarbaar.’

Bijpompen

Door het waterverbruik bij het schutten van de schepen en de wateronttrekking vanuit de omgeving van de Twentekanalen zakt het peil in de Twentekanalen. Om dit te compenseren wordt er water vanaf de IJssel aangevoerd naar de Twentekanalen. Is er laagwater in de IJssel, dan zakt het peil in het achterliggende Twentekanaal ook.

En dat is een ongewenste situatie, schetst René Vonder. ‘Juist omdat, naarmate je verder naar het oosten gaat, de omliggende grond steeds meer stijgt, moeten we flink bijpompen met de gemalen die bij de 3 sluizen horen die het Twentekanaal telt. Zo houden we het water op peil en kunnen we een goede kwaliteit van de waterhuishouding en bevaarbaarheid van het kanaal garanderen. Daarvoor is het wel belangrijk dat we de toevoer van het gemaal naar het kanaal regelmatig “sedimentvrij” maken.’

Planmatig baggeren

Een belangrijke manier om de vaarwateren bij laagwater goed bevaar te houden is baggeren. Daarbij wordt sediment op de locatie die te hoog is met een baggerwerktuig verwijderd en elders, waar voldoende diepte is, weer gestort. De laatste jaren heeft Rijkswaterstaat het baggeren in het oosten van Nederland steeds frequenter en planmatiger toegepast.

In de IJssel baggert Rijkswaterstaat 2 keer per jaar, in de Nederrijn en Lek 3 keer per jaar en de Waal – de hoofdader van het Nederlandse scheepvaartverkeer – wordt zelfs dagelijks gebaggerd, op jaarbasis ongeveer 700.000 m3. Van der Velde: ‘We hebben daarnaast zogenaamde hotspots aangewezen: plekken in de rivier waar we vaker dan 2 keer per jaar moeten baggeren. Dit zijn locaties die we extra monitoren. Vaak ter plaatse van scherpe bochten; plekken waar de stroomsnelheid van het water verandert.’

Dwarsliggen

Zou Rijkswaterstaat niets doen, dan komt de scheepvaart flink in de problemen, stelt Vonder. ‘Als we niet baggeren, kunnen schepen bij laagwater veel minder lading vervoeren en lopen ze in het uiterste geval vast. Het is al enkele malen gebeurd dat een schip dwars op de stroom komt te liggen op de IJssel. Dan kan het dagen duren voordat het schip is geruimd en de scheepvaart weer op gang komt. Dat zijn kostbare dagen.’

Water bergen

Het doet Vonder en Van de Velde deugd om te zien dat de decennialange focus van ons land op hoogwaterveiligheid de laatste jaren steeds verder wordt verbreed richting laagwater en droogte. Vonder: ‘Nederlanders zijn al eeuwenlang meesters in het pompen en afvoeren van water, maar we moeten leren om bij hoogwater niet al het water te willen afvoeren, maar op te slaan voor droge tijden.’

Van der Velde vervolgt: ‘In feite staan we hiermee voor een nieuwe opgave: zoeken naar manieren om in tijden van hoogwater het water te bergen voor droge tijden. Dit staat nog allemaal in de kinderschoenen, maar er wordt goed over nagedacht en de ontwikkelingen gaan gelukkig snel.’