Project Midterm Review

UP-midterm6

Eén van de afspraken uit het convenant bodemontwikkelingsbeleid was om een tussenbalans (midterm review) vast te stellen. Daarvoor is in het Uitvoeringsprogramma een apart project in het leven geroepen.

Na een eerste evaluatie in 2011 over de voortgang van de uitvoering van het bodemconvenant en een voortgangsverslag uit begin 2013 zijn nu de uitkomsten van de tweede evaluatie bekend. Dit midterm review (MTR) rapport 2013 (pdf, 14 MB), opgesteld door het UP, is door staatssecretaris Mansveld van het ministerie van Infrastructuur en Milieu op 30 januari 2014 aan de Tweede Kamer aangeboden met een aanbiedingsbrief (pdf, 180 kB).

Belangrijkste conclusies en aanbevelingen uit MTR 2013

Op deze pagina enkele belangrijke conclusies uit het rapport. Daarnaast doet het UP een aantal aanbeveling. De twee praktijkvoorbeelden illustreren de conclusies uit het rapport.

Aanpak (humane) spoedlocaties
Het UP constateert dat er in de aanpak van spoedlocaties grote slagen zijn gemaakt; de aanpak voor de humane spoedlocaties wordt grotendeels op tijd (2015) gerealiseerd en lijkt financieel haalbaar. Daarnaast is er tijdig een beeld van de spoedlocaties op basis van risico's voor verspreiding en ecologie; zelfs twee jaar eerder dan in het bodemconvenant is opgenomen. De aanpak van de spoedlocaties is voor overheden belangrijk om een omslag naar een bodemontwikkelingsbeleid te kunnen maken.

Transitie naar een bodemontwikkelingsbeleid
In de transitie naar verbreding van het bodembeleid is al veel bereikt. Samenwerking met de beleidsvelden ruimte, water en energie is steeds gebruikelijker. Samenwerking leidt tot meer integraal beleid. Veel, vooral grotere, overheden formuleren op deze manier beleid voor de ondergrond en overwegen een gebiedsgerichte aanpak. In de transitie komt nu de volgende spannende stap in beeld: van beleid formuleren naar de werkelijke uitvoeringspraktijk.

Gebiedsgericht grondwaterbeheer
Saneren neemt lang niet altijd alle verontreinigingen weg. Zeker als er sprake is van pluimen van verontreiniging in het grondwater. Dat betekent echter wel dat de risico's moeten worden beheerst. De gebiedsgerichte aanpak blijkt in de praktijk vaak kosteneffectief, voor een beheerste situatie te zorgen. Een combinatie met aandacht voor grondwaterkwantiteit en de bescherming van zoekwatervoorraden, ligt daarbij vaak voor de hand. Het UP stimuleert deze gebiedsgerichte aanpak op diverse manieren. Ook hier is flinke vooruitgang geboekt, echter er is nog een slag te maken als het om de daadwerkelijke uitvoering gaat.

Kennis en competenties
Transitie vraagt een verandering van organisaties en medewerkers. De bestaande kennisinfrastructuur staat door uitstroom en reorganisaties onder druk.

Naar aanleiding van de constateringen in het MTR-rapport heeft het UP een aantal aanbevelingen gedaan. De aanbevelingen zijn gericht op het doorpakken en uitvoeren. De belangrijkste aanbevelingen hierbij zijn:

  • Pak de knelpunten aan die we nu in de uitvoering tegenkomen. Breng daarvoor kennis bij elkaar. Heb specifieke aandacht voor de aanpak van VOCL-verontreinigingen, de aanpak van duurdere locaties, diffuse verontreinigingen en mogelijke spoedlocaties op basis van de Kaderrichtlijn Water
  • Doe op korte termijn iets aan het dreigende tekort aan kennis en competenties
  • Zorg voor een programmatische, gebiedsgerichte aanpak per bevoegde overheid
  • Maak afspraken over kwalitatief goede en beschikbare bodeminformatie

Sprekende voorbeelden uit de praktijk

In het MTR-rapport 2013 wordt een aantal voorbeelden getoond die de conclusies onderstrepen en verduidelijken. Twee daarvan komen uit de provincie Noord-Brabant en uit de stad Enschede.

Noord-Brabant: elkaar aanspreken
Binnen de provincie Noord-Brabant zijn inmiddels diverse ervaringen opgedaan met gebiedsgericht grondwaterbeheer. Zoals op industrieterrein Vosdonk in Etten-Leur, Eindhoven-Waalre en in de gemeente Cuijk.

Gebiedsgerichte aanpak biedt de nodige kansen en perspectieven om met minder geld tot een integrale aanpak te komen. Belangrijke randvoorwaarde is samenwerking met andere partijen. Peter Ramakers (senior adviseur uitvoering, provincie Noord-Brabant): "De druk op het budget wordt alleen maar groter en de gebiedsgerichte aanpak is een grote kans om er samen uit te komen. Met ons project ‘De Brabantse agenda' proberen we bestuurlijk draagvlak te creëren voor gebiedsgericht grondwaterbeheer; commitment bij provincie, waterschappen, drinkwaterbedrijven en gemeenten. De gewenste situatie is dat bestuurders elkaar aanspreken op hun betrokkenheid bij gebiedsgericht grondwaterbeheer."

Roombeek in Enschede: gebiedsgericht grondwaterbeheer geen doel op zich
De wijk Roombeek is in 2000 getroffen door de vuurwerkramp en is nu weer opgebouwd tot een hoogwaardig stedelijk gebied om te wonen, werken en recreëren. In de wijk stonden op het terrein van waterbeheer twee opgaven centraal: het herstel van Roombeek en de afstemming van het grondwaterbeheer op de aanwezige (rest)verontreinigingen, de grondwateroverlast en de bestaande grondwaterwinning.

Het waterbeheer vergde afstemming tussen publieke en private partijen."Integraal waterbeheer is onze sleutel naar een succesvol gebiedsgericht (grond)waterbeheer, dat voor de toekomst is geborgd in het Gemeentelijk Rioleringsplan", vertelt Patrick Spijker van de gemeente Enschede. "Daarnaast is deze ontwikkeling de opmaat gebleken voor de integratie van bodem en water in het ruimtelijke ordeningsbeleid. Die integratie is nu een feit. Gebiedsgericht grondwaterbeheer is dus geen doel op zich, maar een middel om te komen tot integraal waterbeheer!"

Doelstelling project midterm review: haalbaarheid toetsen

Het uitgangspunt van het project midterm review is te toetsen of de ambities van het convenant haalbaar zijn. Het gaat daarbij om de doelstellingen uit het convenant in brede zin. Dus niet alleen over de aanpak van spoedlocaties, hoewel op dit thema vanuit onder meer financieel oogpunt wel een zwaartepunt ligt. Maar het gaat om doelstellingen voor transitie naar een bodemontwikkelingsbeleid en voor gebiedsgericht grondwaterbeheer.

Het UP doet in het licht van dit project uitspraken over de voortgang van de doelstellingen. Wanneer er sprake is van achterstand, wijst het UP bovendien oorzaken aan en doet zij eventueel voorstellen voor een andere aanpak. De acties uit de "Rijksvisie op de ondergrond" maken deel uit van verschillende projecten uit het UP. De monitoring van de voortgang van deze acties maakt onderdeel uit van de scope van dit project. Tevens wordt de bredere maatschappelijke context, zoals bijvoorbeeld de consequenties van het regeerakkoord, betrokken bij de midterm review.

Downloads


beeldmerk UP Convenant BenO