Mid Term Review

De staatsecretaris van Infrastructuur en Milieu (nu Infrastructuur en Waterstaat), de vereniging het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Unie van Waterschappen (UvW) hebben op 17 maart 2015 het convenant Bodem en ondergrond voor de periode 2016-2020 afgesloten.

Bij het afsluiten van dat convenant is in artikel 17.6 afgesproken dat de convenantspartijen een tussenbalans opstellen in het najaar van 2018 om te bezien of ze op schema liggen, mede met het oog op de wijziging van de wetgeving, in-casu de Omgevingswet (Ow). Dit rapport geeft invulling aan de afspraak in artikel 17.6 van het convenant Bodem en ondergrond.

Conclusie en Aanbevelingen MTR 2018

De convenantspartijen werken gestaag verder aan de route naar beheer van de historische bodemverontreiniging. De zelfstandige saneringsoperatie verloopt voorspoedig en kan aan het einde van het convenant als vrijwel afgerond worden beschouwd. Daarmee wordt een belangrijke randvoorwaarde voor het verlaten van de Wbb-gevalsaanpak onder de Omgevingswet ingevuld. Conclusie moet zijn dat deze klus wordt geklaard, maar dat tegelijkertijd niet uit het oog mag worden verloren dat we niet klaar zijn met de (historische) bodemverontreiniging. Er liggen nog een aantal meer gebiedsgerichte opgaven ((stedelijk) grondwater, diffuus lood, nieuwe bedreigingen) en de spoedoperatie moet nog worden afgehecht (langdurige grondwatersaneringen, enkele waterbodemlocaties en nazorglocaties). Hiervoor is het nodig om afspraken te maken voor zowel de huidige periode als de periode na 2020. In het MTR verslag worden een aantal aanbevelingen gegeven waarvoor nieuwe afspraken nodig zijn. Daarnaast ook rondom beschermen en benutten zijn stappen gezet, maar bodem en ondergrond wordt nog niet altijd meegenomen in de maatschappelijke opgave. Ook hiervoor zijn een aantal aanbevelingen voor gedefinieerd.

Voor een uitgebreide beschrijving van de conclusies en aanbevelingen nodigen we u uit om de MTR 2018 tussenrapportage te lezen.