Leidraad vervolgvragen kennisprojecten

Beeldmerk UP Bodem & Ondergrond

In maart 2015 is het convenant bodem en ondergrond 2016-2020[1] gesloten tussen het ministerie van Infra­struc­tuur en Waterstaat (IenW)[2], het Interprovinciaal Overleg (IPO), de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) en de Unie van Water­schappen. Dit is een vervolg op het Bodemconvenant 2010-2015. Doel van het convenant is het bereiken van een duurzaam en efficiënt beheer en gebruik van de bodem en ondergrond in 2020. Het benadrukt het belang van de ontwikkeling, verspreiding en borging van kennis en exper­tise over de bodem en ondergrond. Daarom zijn afspraken gemaakt over het inrichten en onderhouden van een ‘Kennisinfrastructuur Bodem en Ondergrond’.

Het Uitvoeringsprogramma (UP) van het Convenant Bodem en Ondergrond 2016-2020 heeft via verschillende aanbestedingsvormen kennisprojecten ondersteund:

  • Prijsvraag 2016 kennis- en innovatie-ontwikkeling;
  • Gerichte kennisvragen 2017;
  • Concurrentiegerichte dialoog 2017-2018;
  • Prijsvraag 2017 kennis- en innovatie-ontwikkeling;
  • Bijdrageregeling Regioprojecten 2017-2018

Tijdens de (afronding van) projecten kunnen vragen opkomen, welke aanvullend zijn op het uitgevoerde onderzoek of project. Een voorbeeld hiervan is het nog onvoldoende doorwerken van kennis of (innovatieve) techniek/methodiek, die ontwikkeld is in het project.

Om onderzoeksvragen en -projecten van overheden betreffend bovengenoemde mogelijk te maken, heeft het convenant voor aanvullende aanvragen kennisgelden ter beschikking gesteld. Derhalve is het mogelijk gemaakt voor overheden om voorstellen in te dienen om aanspraak te maken op dit kennisbudget.

[1] https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bodemconvenant/

[2] Dit was het toenmalige ministerie van Infra­structuur en Milieu (IenM)

Uitvragen