Controle van grondwaterkwaliteit

Volgens de Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Rarim) is in een aantal gevallen periodieke controle van het grondwater noodzakelijk. Dit geldt in de volgende gevallen:

  • opslag van vloeibare brandstof of afgewerkte olie in een ondergrondse opslagtank;
  • geomembraanbaksystemen die niet zijn aangelegd door een gecertificeerd bedrijf.

Sinds 1 januari 2010 geldt voor inrichtingen milieubeheer met opslag van benzine een meldplicht van de bemonstering en analyse van de grondwaterpeilbuizen voor de stoffen MTBE en ETBE aan het bevoegd gezag artikel 27 Wbb. Per 1 januari 2009 gold voor dergelijke inrichtingen al een aanvullende monitoringsverplichting van het grondwater voor MTBE en ETBE. De beleidscontext voor de toepassing van artikel 13 Wbb voor dergelijke grondwaterverontreiningen volgt uit de Circulaire toepassing zorgplicht Wbb bij MTBE- en ETBE-verontreiniging.

De meldplicht geldt als:

  • de geanalyseerde waarde van de MTBE- en/of ETBE-verontreiniging is hoger dan 1 microgram per liter, voor zover de locatie zich bevindt binnen een grondwaterbeschermingsgebied;
  • de geanalyseerde waarde van de MTBE- en/of ETBE-verontreiniging is hoger dan 15 microgram per liter voor zover de locatie zich bevindt buiten een grondwaterbeschermingsgebied.

In deze gevallen worden de grondwaterpeilbuizen van bovengenoemde voorzieningen zo vaak als de omstandigheden daartoe aanleiding geven, maar ten minste eens per jaar bemonsterd overeenkomstig NEN 5744, door een veldwerker die is erkend op grond van het Besluit bodemkwaliteit. Een laboratorium, dat eveneens beschikt over een erkenning op grond van het Besluit bodemkwaliteit, onderzoekt de grondwatermonsters op aanwezigheid van minerale oliecomponenten overeenkomstig NEN-EN-ISO 9377 en vluchtige aromaten (BETX) volgens NEN-EN-ISO 15680.

Externe links