Jaarverslag bodemsanering over 2007

Verslag

Met dit jaarverslag informeren de bevoegde overheden in het kader van de Wet Bodembescherming hun bestuur en de minister van VROM over de voortgang van de bodemsaneringsoperatie in 2007. De minister stuurt het jaarverslag door aan de Tweede Kamer. Dit jaarverslag is dan ook primair bestemd voor de gezamenlijke overheden zelf, de minister van VROM en voor de Tweede Kamer. Daarnaast willen we met het jaarverslag ook de maatschappij informeren over de investeringen in bodemsanering en sturing van de operatie.

Dit jaarverslag is gebaseerd op de volgende informatiebronnen:

  • de aanlevering van monitoringgegevens door de bevoegde overheden;
  • de resultaten van een enquête verspreid onder de bevoegde overheden;
  • de inbreng van enkele bijzondere initiatiefnemers of betrokkenen (bijvoorbeeld experts, grootsaneerders etc.).

Op basis van deze informatie worden in het jaarverslag de voortgang ten opzichte van de beleidsdoelen en de belangrijkste trends en ontwikkelingen beschreven. Het jaarverslag is nadrukkelijk geen financiële verantwoording. Naast het jaarverslag stellen de bevoegde overheden afzonderlijk een financiële verantwoording op.

De voortgang wordt afgezet tegen de beleidsuitgangspunten en besproken aan de hand van een aantal vragen die de lezer van het jaarverslag zich zou kunnen stellen over de voortgang. De gepresenteerde voortgang is vooral gebaseerd op kerngegevens van de in 2007 uitgevoerde onderzoeken en saneringen. Daarnaast wordt ook stilgestaan bij de maatschappelijke participatie en bij de baten die zijn gerealiseerd met de bodemsaneringsaanpak in 2007. Ook wordt aandacht besteed aan de belangrijkste trends en signalen uit de praktijk in 2007.

Voortgang ten opzichte van de beleidsdoelstellingen

Aanpak spoedlocaties

Het aantal potentiële spoedlocaties is weliswaar op basis van verbeterde kennis en inzichten verder aangescherpt, het aantal feitelijk onderzochte en/of gesaneerde locaties ligt in 2007 niet hoger dan enkele honderden locaties. Op basis van de voortgang in 2007 zal de doelstelling voor 2015 en de wens van de minister om voor 2010 de spoedlocaties te identificeren niet kunnen worden gehaald. De inventarisatie van spoedlocaties zal in 2008 met het FOCUS project echter krachtig worden voortgezet.

Aanpak totale werkvoorraad

In 2007 zijn de bevoegde overheden nadrukkelijk gestart met het wegwerken van de werkvoorraad. Dat blijkt met name uit het toegenomen aantal uitgevoerd H.O.’s en O.O.’s. Ook zijn de resultaten van het “lucht en massa” project duidelijk geworden. Al met al is op die manier in 2007 een flinke stap gezet in het wegwerken van de lijst met potentieel ernstig verontreinigde locaties. Het tempo waarin de werkvoorraad wordt behandeld ligt echter op 2 tot 3 % per jaar, met dit tempo zal de oorspronkelijke NMP-doelstelling om in 2030 de werkvoorraad te hebben aangepakt niet worden gehaald.

Zie ook de jaarverslagen over 2006, 2005 en 2004.

Downloads