Jaarverslag bodemsanering over 2008

Meer bodemsaneringen, kleiner van omvang

Verslag

Een rapportage van de bevoegde overheden bodemsanering
Met dit jaarverslag informeren de bevoegde overheden in het kader van de Wet Bodembescherming hun bestuur en de minister van VROM over de voortgang van de bodemsaneringsoperatie in 2008. De minister stuurt het jaarverslag door aan de Tweede Kamer. Dit jaarverslag is dan ook primair bestemd voor de gezamenlijke overheden zelf, de minister van VROM en voor de Tweede Kamer. Daarnaast informeert dit jaarverslag de maatschappij over de investeringen in bodemsanering en sturing van de operatie.

Dit jaarverslag is gebaseerd op de aanlevering van monitoringgegevens door de bevoegde overheden, de resultaten van een enquête onder de bevoegde overheden en de inbreng van enkele bijzondere initiatiefnemers of betrokkenen (bijvoorbeeld experts, grootsaneerders etc.). Op basis van deze informatie worden in het jaarverslag de voortgang ten opzichte van de beleidsdoelen en de belangrijkste trends en ontwikkelingen beschreven. Het jaarverslag is nadrukkelijk geen financiële verantwoording. Naast het jaarverslag stellen de bevoegde overheden afzonderlijk een financiële verantwoording op.

Voortgang
In 2008 is goede voortgang geboekt bij de identificatie van spoedlocaties. Bij de helft van de potentiële spoedlocaties uit de werkvoorraad is al een bodemonderzoek uitgevoerd. De verwachting is dat bij de huidige voortgang eind 2010 het volledige overzicht beschikbaar zal zijn van die locaties waar bij het huidige gebruik sprake is van risico’s voor de mens. Op deze locaties is het direct informeren van omwonenden een belangrijk punt van aandacht en zal de overheid uiterlijk eind 2015 maatregelen hebben genomen om de daadwerkelijke risico’s als gevolg van verontreiniging teniet te doen of ten minste te beheersen door tijdelijke beveiligingsmaatregelen. Alle locaties waar bodemverontreiniging leidt tot risico’s die samenhangen met verspreiding van verontreinigende stoffen, het gebruik van de ondergrond en met risico’s voor de ecologie, zullen uiterlijk eind 2015 in beeld zijn.

Werkvoorraad
De werkvoorraad is in 2008 met circa 5000 locaties verkleind door onderzoek en sanering, uitgevoerd door overheden en marktpartijen in het kader van bouwwerkzaamheden en stedelijke (her)ontwikkeling. De totale uitgaven en het aandeel van de marktpartijen lagen in 2008 op een iets lager niveau dan in 2007 en eerdere jaren. Dit komt onder meer doordat er in 2008 weliswaar iets meer saneringen zijn uitgevoerd dan in voorgaande jaren maar dat de omvang van deze saneringen beperkter was. Dit blijkt onder andere uit de verdere toename van het aantal eenvoudige saneringen dat sinds enkele jaren via een simpele melding kan worden afgehandeld (de zogeheten BUS-saneringen). Ook was in 2008 merkbaar dat marktpartijen terughoudender worden bij investeringen in bouwprojecten en stedelijke ontwikkeling.

Zie ook de jaarverslagen bodemsanering over 2007, 2006, 2005 en 2004.

Downloads