Hoe gaat het bevoegd gezag Wet bodembescherming om met het aantreffen van een geval van ernstige verontreiniging na sloopwerkzaamheden?

Vraag

Hoe gaat het bevoegd gezag Wet bodembescherming om met het aantreffen van een geval van ernstige verontreiniging na sloopwerkzaamheden?

Antwoord

Bij de beoordeling van het bodemonderzoeksrapport onder de Wet bodembescherming is de eerste stap van het bevoegd gezag het vaststellen of sprake is van een historisch geval of een nieuw geval van ernstige verontreiniging.

Voor nieuwe gevallen geldt het volgende:
Op het moment dat sprake is van een nieuw geval van ernstige verontreiniging en de veroorzaker is bekend, dient de verontreiniging door de veroorzaker op grond van de zorgplicht in de Wbb, Wet Milieubeheer (Wm) of Activiteitenbesluit (Barim) te worden opgeruimd. Indien de veroorzaker niet is te achterhalen, geldt hetzelfde als bij een historisch geval van ernstige verontreiniging.

Voor historische gevallen geldt het volgende:
Verstandig is om contact op te nemen met het bevoegd gezag Wbb. Het bevoegd gezag Wbb heeft mogelijk nog andere informatie en er kan al overleg zijn geweest. Tevens kan het Wbb bevoegd gezag op grond van een overtreding van artikel 28 Wbb het werk stilleggen. Indien op de locatie herontwikkeling is gepland ofwel bij de sloop grond moet worden ontgraven, kan dat wel op grond van de Wbb (artikel 28 en 39 Wbb). Hiervoor dient een saneringsplan (art. 39 Wbb) of een BUS melding (art. 39b Wbb) te worden ingediend. Los daarvan kan sanering alleen worden afgedwongen indien sprake is van actuele risico's als gevolg van de verontreiniging (spoed volgens artikel 37 Wbb) of indien er al een termijn in het saneringsplan is opgenomen.