Moet de bodemtypecorrectie gehanteerd worden bij de toetsing van PFAS?

Vraag

Moet de bodemtypecorrectie gehanteerd worden bij de toetsing van PFAS?

Antwoord

Bij het toetsen van alle toepassingsnormen uit het tijdelijk handelingskader hoeft tot een organisch stofgehalte van 10% geen bodemtypecorrectie toegepast te worden. Als het organische stofgehalte tussen 10% en 30% ligt wordt wel een bodemtypecorrectie uitgevoerd. Als het organische stofgehalte boven de 30% is aangetoond, moet het organische stofpercentage van 30% gebruikt worden bij de toetsing. Dit is overeenkomstig de systematiek zoals die op dit moment al voor het toetsen van PAK geldt (zie bijlage G, onderdeel III van de Regeling bodemkwaliteit).

De achtergrond hiervan is een beleidsmatige keuze waarbij voorkomen wordt dat als gevolg van de bodemtypecorrectie in zandgrond zonder reden strenge normen zouden gelden. In hoeverre de bodemtypecorrectie gebruikt moet worden bij de definitieve toepassingsnormen, is onderdeel van het onderzoek door het RIVM.