Ongerechtvaardigde verrijking gemeenten

Bodem+ is in 2005 begonnen aan de uitvoering van het project ongerechtvaardigde verrijking van gemeenten (OV-gemeenten). Dit project heeft Bodem+ uitgevoerd namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM), als onderdeel van de wettelijke taak kostenverhaal (artikel 75 Wet bodembescherming). Het project is in december 2010 afgerond.

Ongerechtvaardigde verrijking ook bij gemeenten?

Er is sprake van ongerechtvaardigde verrijking als ten gevolge van een door de Staat gefinancierde sanering een waardestijging van een terrein optreedt, die toevalt aan de eigenaar of zakelijk gerechtigde van dat terrein. De wet voorziet in de mogelijkheid dat de Staat deze waardestijging op de eigenaar of zakelijk gerechtigde kan verhalen. In de Beleidsregel kostenverhaal, artikel 75 Wet bodembescherming is uiteengezet in welke gevallen de Staat kostenverhaal in ieder geval redelijk acht. De minister van VROM heeft in de kamernotitie ongerechtvaardigde verrijking in verband met bodemsanering aan de Tweede Kamer aangegeven geen onderscheid te willen maken tussen het verhalen van gemaakte kosten op grond van ongerechtvaardigde verrijking op burgers, bedrijven en overheden.

Een specifieke aanpak voor gemeenten!

In 2003 heeft de Staatssecretaris van VROM ingestemd met een op gemeenten toegesneden bestuurlijke aanpak van ongerechtvaardigde verrijking die betrekking heeft op kostenverhaal achteraf. Deze aanpak heeft betrekking op de verrijking die in het verleden (vóór 2002) is ontstaan. In de bestuurlijke aanpak is bepaald dat ten aanzien van ongerechtvaardigde verrijking van gemeenten, de te ontvangen middelen weer één op één aan dezelfde gemeente beschikbaar worden gesteld. Dit met als tegenprestatie dat deze middelen worden ingezet als extra investeringen in de bodemkwaliteit. In juli 2003 zijn alle rechtstreekse gemeenten per brief op de hoogte gesteld van deze aanpak. Bij het inzetten van de door de gemeente terug te ontvangen middelen moet de gemeente ervoor waken dat zij niet opnieuw ongerechtvaardigd wordt verrijkt.

In 2006 heeft Bodem+, in afstemming met het ministerie van VROM, en samen met de Werkgroep Bodem (WEB) enkele vernieuwingen doorgevoerd in de uitvoering van kostenverhaal bij gemeenten op grond van ongerechtvaardigde verrijking. Hierbij zal de aandacht meer worden gericht op ‘ruimtelijke ambities’, is er een nieuwe methode, de zgn. grondwaardenmatrix ontwikkeld om de waardestijging op een snelle en eenvoudige wijze te bepalen en is de redelijkheidstoets meer op de voorgrond geplaatst. Dit is aangekondigd in een algemene brief van 8 januari 2007 die is verzonden aan de gemeenten die mogelijk ongerechtvaardigd zijn verrijkt.

Grondwaardenmatrix

Met behulp van de matrix wordt een complexe en tijdrovende methode van taxeren en het daarbij behorende historische onderzoek vervangen. In de matrix is gebruik gemaakt van studies en beleidsnota’s over exploitatiesubsidies voor woningbouw door het Rijk. Het Rijk en gemeenten hebben in het verleden afspraken gemaakt over de in de subsidieaanvragen te hanteren grondverwervingsprijzen van ruwe bouwgrond. In de matrix worden deze grondverwervingsprijzen weergegeven per periode en type locatie.

Met een aantal gemeenten was al overleg gaande over de omvang van de ongerechtvaardigde verrijking. Zij konden ervoor kiezen om het huidige traject in dezelfde vorm voort te zetten ofwel de matrix te hanteren om met behulp daarvan de waardestijging van de locatie te bepalen. Op basis van deze waardestijging kon vervolgens de hoogte van de ongerechtvaardigde verrijking worden berekend. De overige betrokken gemeenten ontvingen - na de algemene brief - gefaseerd een individuele brief van Bodem+. De concrete locaties, waarbij mogelijk sprake is van ongerechtvaardigde verrijking, worden hierin genoemd. In deze brief wordt de gemeenten verzocht om ‘vooruit te kijken’ en de ruimtelijke ambities te benoemen waaraan de extra middelen die de gemeente terugontvangt kunnen worden besteed.

Met behulp van de grondwaardenmatrix kan de gemeente zelf inzicht krijgen in de hoogte van de ongerechtvaardigde verrijking, zodat de gemeente direct kan zien of dit aansluit bij haar ruimtelijke ambities. Individuele gemeenten zijn gefaseerd door Bodem+ benaderd, zodat er voldoende tijd en capaciteit resteerde voor overleg met de gemeente. Deze wijze van afwikkeling van de ongerechtvaardigde verrijking bij gemeenten sluit aan bij hetgeen de Staatssecretaris bij de formulering van zijn bestuurlijke benadering altijd voor ogen heeft gehad.

In de praktijk

Tot aan de afronding van het project waren er 127 gemeenten met in totaal 349 locaties waar mogelijk sprake was van ongerechtvaardigde verrijking. Hoewel gemeenten per brief werden verzocht met behulp van de grondwaardematrix de hoogte van de ongerechtvaardigde verrijking te berekenen, hebben slechts enkele gemeenten hieraan gehoor gegeven. De oorzaken hiervan waren dat men soms niet precies wist wat ongerechtvaardigde verrijking inhield, men van mening was dat er geen ongerechtvaardigde verrijking was opgetreden of men, uit principe niet bereid was hierover in overleg te treden met Bodem+/de Staat. Een van de bezwaren die gemeenten hadden was het feit dat zij vaak zelf ook veel geld in de betreffende locatie hebben gestoken. Dit was aanleiding voor Bodem+ om voortaan vooraf zelf, met behulp van het kantoor van de Landsadvocaat, een zgn. juridische quickscan te maken en de hoogte van de ongerechtvaardigde verrijking te berekenen.

Wel/geen ongerechtvaardigde verrijking

Bij enkele locaties bleek geen sprake van ongerechtvaardigde verrijking. Deze zijn daarop afgewikkeld. Zo bleek uit gesprekken met de gemeenten in enkele gevallen toch geen sprake van ongerechtvaardigde verrijking of bleken er goede argumenten te zijn om de ov-claim te matigingen. Deze redelijkheidstoets in combinatie met het weer één op één beschikbaar stellen van het ov-bedrag door de Staat aan de gemeente, heeft uiteindelijk geleid tot het in een stroomversnelling raken van de afronding van dit project. Als natuurlijke deadline is in december 2009, per brief d.d. december, besloten de deadline op 15 juli 2010 te zetten; de datum waarop gemeenten zich moeten hebben verantwoord over het meerjarenprogramma Wbb 2005-2009.

Terugbetaling op basis van Wbb

De terugbetaling van de verhaalsopbrengst aan gemeenten vindt plaats in het kader van de financieringssystematiek van de Wet bodembescherming. De vernieuwde Wbb bood de mogelijkheid om door middel van een aanvullende beschikking aan de rechtstreekse gemeenten financiële middelen toe te kennen, indien door de gemeenten een aanvulling op het meerjarenprogramma Wbb 2005-2009 wordt gerealiseerd. Voor het bedrag dat een gemeente krijgt toegekend, moet zij dus bovenop haar Wbb-programma 2005-2009, aanvullende Wbb-gerelateerde prestaties verrichten (in de periode 2010-2014). Voor niet-rechtstreekse gemeenten verloopt het beschikbaar stellen van middelen via de provincie, aangezien de provincie budgethouder en opsteller van het Wbb-programma is.

In de periode 2010 tot en met 2014 zal er geen specifieke uitkering op basis van de Wet Bodembescherming (Wbb) meer zijn, het is niet meer vereist een meerjarenprogramma te schrijven. Er zullen dan ook geen nieuwe afspraken over te leveren bodem prestatie eenheden worden gemaakt. Vandaar ook dat de aansluiting voor afronding van het project ov-gemeenten, bij de periode 2005-2009 ligt. De specifieke uitkering wordt overigens vervangen door een decentralisatie-uitkering binnen het gemeente- en provinciefonds.

Afronding ov-gemeenten: extra investeringen in de bodemkwaliteit

In totaal wordt er door gemeenten de komende vijf jaar voor ruim 26 miljoen aan extra bodemprestaties verricht in het kader van afwikkeling van ov-gemeenten. Deze prestaties bestaan uit saneringen, onderzoeken, het opstellen van bodemkwaliteitskaarten, maar bijvoorbeeld ook archeologisch onderzoek. Vanaf 2002 wordt er al vanuit gegaan dat er eigenlijk geen ov meer optreedt, omdat gemeenten bij de begroting van een (RO) project hier vooraf rekening mee houden. Met de afronding van het project ov-gemeenten, wil de Staat en Bodem+ zich meer gaan richten op de toekomst, op de transitie naar een bodemontwikkelingsbeleid in nauwe samenwerking met de gemeenten.

Downloads

Externe links