Zowel de interventiewaarden als de Maximale Waarden uit het Besluit bodemkwaliteit zijn gebaseerd op risico’s. Wat zijn de verschillen in de grondslag van beide normwaarden?

Vraag

Zowel de interventiewaarden als de Maximale Waarden uit het Besluit bodemkwaliteit zijn gebaseerd op risico’s. Wat zijn de verschillen in de grondslag van beide normwaarden?

Antwoord

Het verschil in grondslag is dat de interventiewaarden en het saneringscriterium gebaseerd zijn op onaanvaardbare risico’s en dat de Maximale Waarden uit het Besluit bodemkwaliteit gebaseerd zijn op keuzes voor het duurzame geschiktheidsniveau van de bodemkwaliteit.
De interventiewaarden droge bodem zijn gebaseerd op (onaanvaardbare) risico’s voor de mens en voor het ecosysteem.

Het saneringscriterium houdt verder rekening met risico’s voor de mens, het ecosysteem en verspreiding naar grond- en oppervlaktewater. Boven het risiconiveau van het saneringscriterium noemt men de risico’s ‘onaanvaardbaar’. Er moet met spoed worden gesaneerd.

In het Besluit bodemkwaliteit wordt verwezen naar het generieke en gebiedsspecifieke toetsingskader. Voor het generieke toetsingskader zijn landelijke keuzes gemaakt voor het duurzame beschermingsniveau waarbij de bodemkwaliteit blijvend geschikt is voor de betreffende functie. Er zijn generieke Maximale Waarden voor wonen en voor industrie.

Binnen het gebiedsspecifieke toetsingskader mag het bevoegd gezag, binnen een democratisch proces, zelf kiezen voor het beschermingsniveau waarbij zij de bodem lokaal geschikt acht voor de betreffende functie. Dit beschermingsniveau mag liggen tussen het niveau van de Achtergrondwaarden en ‘onaanvaardbare risico’s’ voor de betreffende bodemfunctie. Het gebruik van de Risicotoolbox voor landbodems is verplicht, om het risiconiveau inzichtelijk te maken.

Meer informatie over de onderbouwing van en verschillen tussen de bodemnormen is te lezen in de rapportage 'Ken uw (water)bodemkwaliteit, de risico’s inzichtelijk'.