Wie is bevoegd gezag wanneer zich binnen een inrichting een nieuw geval van bodemverontreiniging voordoet?

Vraag

Wie is bevoegd gezag wanneer zich binnen een inrichting een nieuw geval van bodemverontreiniging voordoet?

Antwoord

Wie het bevoegd gezag is hangt af van de omstandigheden en de toedracht van het ontstaan van de verontreiniging.
Van belang is om het volgende af te wegen:

  • Is de verontreiniging ontstaan als gevolg van een ongewoon voorval?
  • Bevindt de verontreiniging zich binnen een inrichting Wet milieubeheer (Wm)?
  • Zo ja, zijn er voor deze inrichting regels en voorschriften gesteld voor het melden en/of opruimen van een verontreiniging?

Afhankelijk daarvan kunnen er drie, niet scherp omlijnde, kaders van kracht zijn:

  1. Als de verontreiniging is ontstaan door een ongewoon voorval binnen een Wm-inrichting zijn artikel 17.1 en artikel 17.2 Wm van belang. Het bevoegd gezag Wm is leidend en meldt het geval bij het bevoegd gezag Wbb. Als men zelf het gewenste saneringsdoel niet kan bereiken, wordt het bevoegd gezag Wbb verzocht aanwijzingen te geven (artikel 13 en artikel 27, tweede lid, Wet bodembescherming).
  2. Als er geen sprake is van een ongewoon voorval, maar er zijn in de omgevingsvergunning milieu bepalingen opgenomen over het melden en opruimen van bodemverontreinigingen, dan is het bevoegd gezag Wm ook leidend. Het bevoegd gezag Wm meldt de verontreiniging bij het bevoegd gezag Wbb. Het bevoegd gezag Wm gaat daarbij na of aan de verplichtingen van de Wbb (zorgplicht artikel 13) wordt voldaan. Ook hier geldt dat wanneer men zelf het gewenste saneringsdoel niet kan bereiken, het bevoegd gezag Wbb wordt verzocht aanwijzingen te geven (artikel 13 en artikel 27, tweede lid Wbb).
  3. In alle andere gevallen is vooral het bevoegd gezag Wbb leidend (artikel 13 en 30 Wbb)