Landbouw en voedsel

landbouw IM140516IV039 2665

Er is een relatie tussen het natuurlijk systeem (bodem, water, nutriënten, enz) en onze voedselvoorziening. Onder invloed van drivers zoals klimaatverandering, verandering van de samenstelling van de wereldbevolking, benutting van landbouwproducten voor de energievoorziening en economische groei verandert deze relatie voortdurend. Maar ook technische ontwikkelingen en innovaties in bijvoorbeeld teeltprincipes leiden tot een verandering in de wisselwerking tussen bodem, ondergrond, (grond)water en landbouw.

Er zijn vier belangrijke trends die de relatie tussen bodem, ondergrond, (grond)water en de landbouw beïnvloeden:

Trend 1: Toename voedselvraag, de verandering van dieet en effecten op bodem en grondwater

De vraag naar voedsel neemt de komende eeuw als gevolg van de groei van de wereldbevolking en de economie sterk toe. Wereldwijd zou de landbouwproductie in 2050 zestig procent groter moeten zijn dan nu om aan deze toename van de vraag te kunnen voldoen.

Er zijn grote inspanningen nodig om in de toekomst de groeiende en steeds welvarender wereldbevolking te voorzien van voldoende voedsel. Dit verhoogt de al bestaande druk op de beschikbare vruchtbare bodems en watervoorraden. Daarbij is niet zo zeer de kwaliteit van de landbouwgronden de beperkende factor, maar de kwantiteit aan benodigd areaal voor onze voedselbehoefte. Het streven naar duurzame voedselvoorziening, wat in deze context vooral betekent het behoud van het agrarisch productievermogen zonder schade elders en/of later, vereist dat het bodem- en watersysteem gezond blijft.

Met maatregelen zoals bemesting, drainage en/of irrigatie, gewasbescherming en verbeterde gewassen is de agrarische productiviteit de laatste decennia enorm verhoogd en konden ook minder vruchtbare gebieden in gebruik worden genomen. Deze intensivering van de landbouw ging toch wel vaak gepaard met erosie, verontreiniging en eutrofiering van grond- en oppervlaktewater door het gebruik van landbouwchemicaliën en door overbemesting. Door verstedelijking wordt steeds meer vruchtbaar land aan de landbouw onttrokken. Het areaal landbouwgrond neemt hierdoor af.

Trend 2: Opkomst Biobased economy

In een Biobased economy worden hernieuwbare grondstoffen zoals algen, planten(resten), voedselresten en ander organisch afval gebruikt om voedsel, diervoeders, bouwmaterialen, chemicaliën, kunststof, energie en brandstof te produceren. Verwachting is dat de biobased economy de komende decennia steeds belangrijker wordt.

Een belangrijke relatie tussen de Biobased economy en het natuurlijk systeem is het gebruik van de bodem en het grondwater voor de levering van biomassa. Bij groei van de Biobased economy zal de vraag naar biomassa toenemen. Dit kan deels worden geleverd door een betere benutting van rest- en afvalstromen uit de landbouw- en voedingsmiddelenindustrie, bos- en natuurbeheer en aquacultures. Voor een substantiële vervanging van fossiele grondstoffen biedt dit toch onvoldoende potentieel. Daarvoor is groei nodig van de huidige mondiale agrarische productie. Nederland realiseert al hoge agrarische opbrengsten, waardoor deze groei elders zal moeten plaatsvinden. Als Nederland meer biobased wil worden, zal zij biomassa moeten importeren. De mondiale biomassaproductie wordt begrensd door beschikbaarheid van land en water van goede kwaliteit.

Trend 3: Schaalvergroting en intensivering en trend 4: ecologisch, kleinschalig en lokaal

De toenemende vraag naar voedsel en biomassa vraagt steeds meer van de leveringscapaciteit van het natuurlijk systeem. Als gevolg van de toenemende vraag en als gevolg van de economische druk in de agrarische sector is een schaalvergroting en intensivering in de landbouw zichtbaar. De druk op het natuurlijk systeem en de milieubelasting met nutriënten, bestrijdingsmiddelen, geneesmiddelen (antimicrobiële resistentie) neemt hierdoor onevenredig toe. Tegelijkertijd groeit het bewustzijn van de herkomst van ons eten in relatie tot gezondheid en milieu. Hierdoor is toename zichtbaar in de vraag naar ecologische en lokale (streek)producten. Steeds meer agrariërs passen hun verdienmodel hieraan aan.

Voor beide typen agrarische productiesystemen (grote intensieve bedrijven en lokale ecologische bedrijven) is de capaciteit en de kwaliteit van het natuurlijk systeem essentieel: bodems die vruchtbaar zijn en blijven, nutriënten leveren, een goede fysieke structuur hebben, water kunnen bergen, koolstof binden in humus, en ziektewerend zijn.

Relatie met andereopgaven

Opgave

Voorbeeld van relatie met landbouw en voedsel

Landelijk gebied

De meeste landbouw en voedselbedrijven liggen in het landelijk gebied, daarmee zijn ze deels van invloed op de leefbaarheid van het landelijk gebied

Klimaat

De landbouw ondervindt gevolgen van de klimaatverandering, bijvoorbeeld door veranderingen in neerslaghoeveelheden en –regimes

Water

Zonder water geen landbouw en voedsel. Daarbij heeft de landbouw een effect op de kwaliteit van het (grond)water.

Energie

Steeds meer landbouwgronden zullen worden ingezet voor de teelt van energiegewassen.

Grondstoffen

In de landbouw worden natuurlijke grondstoffen zoals nitraat en fosfaten gebruikt. Daarnaast concurreert landbouwgrond soms met de winning van grondstoffen.

Stad

Via stadslandbouw en de trend ecologisch te consumeren komt de landbouw weer dichterbij de stad, soms zelfs tot in de stad

Bodemkwaliteitszorg

Goede landbouwgronden betekent dat deze ook chemisch, biologisch en fysisch gezond zijn.