Mobiliteit en transport

mobiliteit NS-station Houten

De infrastructuur voor personen, goederen, stoffen en ‘nutsvoorzieningen’ ligt grotendeels op of in de grond, hierdoor beïnvloedt de infrastructuur de potenties en het gebruik van het natuurlijk systeem. Voorbeelden hiervan zijn het auto-, spoor- en waterwegennet en de bijbehorende infrastructurele faciliteiten als benzineservicestations, parkeergarages en op- en overslag locaties. Maar ook leidingen voor het transport voor gas, water, benzine/olie, andere bulkstoffen en afvalwater (riolering), drinkwater en kabels voor elektra.

Een van de belangrijkste opgaven voor dit thema is de ordening van de stedelijke ondergrond. Stedelijke bodems bevatten een wirwar van kabels en leidingen. Oude leidingen worden vaak niet weggehaald, onduidelijk is waar de leidingen zich precies bevinden, er zijn geen afspraken over waar wel en geen leidingen geplaatst mogen worden. Zowel informatievoorziening als veiligheid en economische aspecten zijn van belang.

Relatie met andere opgaven

Opgave

Voorbeeld van relatie met mobiliteit en transport

Stad

De relatie tussen bodem, mobiliteit, transport en stad uit zich vooral in de hoeveelheid aan kabels en leidingen in de ondergrond en de drukke infrastructuur in en op de grond voor het vervoer van mensen en producten.

Energie

Voor het transport van energie wordt in Nederland gebruik gemaakt van transportmiddelen die in de bodem liggen (kabels en leidingen).

Grondstoffen

Het transport van grondstoffen legt een flink beslag op de infrastructurele capaciteit. Deels vindt dit transport plaats over de weg en het water, maar ook deels door de bodem en ondergrond (in pijpleidingen).