Drie misverstanden over de Omgevingswet

Het zingt in de wandelgangen, het zoemt op conferenties: de Omgevingswet maakt alles anders. Van centraal naar decentraal, de regio aan zet en warme overdracht. Er gaat ongetwijfeld veel veranderen, maar wat precies is in veel gevallen nog niet duidelijk. En dat leidt ook tot misverstanden. Zelfstandig jurist Lian van Poortvliet zet er graag een aantal recht.

Misverstand #1: de nieuwe Omgevingswet verandert alles

“Het eerste misverstand dat zodra de Omgevingswet in werking treedt niets meer is zoals het was gaat voorbij aan het overgangsrecht, opgenomen in de Aanvullingswet bodem. Dankzij die aanvulling op de Omgevingswet is er een aantal gevallen waarvoor straks overgangsrecht gaat gelden. En op die gevallen blijft dus de huidige wet- en regelgeving van toepassing. Bijvoorbeeld voor alle gevallen van ernstige verontreiniging die zijn beschikt als spoed. Ook op saneringen waarvoor een saneringsplan is ingediend of een BUS-melding is gedaan, blijft het nu geldende recht van toepassing. En het zou me niks verbazen als het overgangsrecht nog wordt uitgebreid en bijvoorbeeld ook gaat gelden voor goedgekeurde plannen voor gebiedsgericht grondwaterbeheer of situaties waarin tijdelijke beveiligingsmaatregelen zijn genomen. De exacte tekst van de Aanvullingswet bodem staat op dit moment nog niet vast.” Met het overgangsrecht wordt volgens Van Poortvliet geregeld dat lopende zaken, die in een bepaald stadium zijn beland, niet in een vacuüm belanden. De Omgevingswet voorziet namelijk niet in vergelijkbare instrumenten. Het overgangsrecht draagt ook bij aan de rechtszekerheid. “Voorlopig is aan het overgangsrecht geen einddatum verbonden. Dus let er goed op dat er zo twee verschillende juridische sporen voor bodemverontreinigingen gaan ontstaan. Gooi de huidige wet- en regelgeving dus niet direct de prullenbak in zodra de nieuwe Omgevingswet in werking is getreden; in sommige gevallen is het namelijk nog nuttig en relevant.

Misverstand #2: dankzij de Omgevingswet gaan alle taken naar gemeenten

“De weerlegging van dit tweede misverstand heeft deels te maken met het eerste. Want alles wat onder het overgangsrecht valt, blijft ook onder de bevoegdheid van de huidige bevoegde gezagen vallen. Maar ook de nazorg van stortplaatsen die onder de Wet milieubeheer vallen, blijft bij de provincies net als bijvoorbeeld het beschermen van de kwaliteit van grondwater in grondwaterbeschermingsgebieden.” Op deze manier gaat bestaande kennis niet zomaar verloren. “Uiteraard is er het voornemen van de warme overdracht, maar het behoud van kennis wordt dankzij het overgangsrecht gewaarborgd.” Hoe de verdeling van taken straks precies gaat zijn is volgens Van Poortvliet nog lastig te voorspellen.

Misverstand #3: we leveren de bodem straks helemaal schoon op

“Het is natuurlijk niet het verhaal dat je wil vertellen, maar we moeten realistisch blijven in de verwachtingen die geschetst worden. Uiteraard wordt er hard gewerkt om de resterende spoedlocaties aan te pakken. Maar er blijven hoe dan ook veel locaties – circa 170.000 – over waar op basis van activiteiten in het verleden de kans bestaat dat de bodem verontreinigd is. Er zullen dus ongetwijfeld weer nieuwe locaties met onaanvaardbare risico’s aan het licht komen. Het ministerie gaat in de toekomst vooral sturen op de aanpak van onaanvaardbare risico’s voor de gezondheid en veel minder op de ecologische en verspreidingsrisico's.” Gelukkig, volgens Van Poortvliet, komt onder de Omgevingswet voor situaties van onaanvaardbare risico's voor de gezondheid het instrument van de toevalsvondst beschikbaar, zodat het college van B&W de mogelijkheid heeft de eigenaar van zo'n locatie te dwingen de risico’s weg te nemen. “Nogmaals, ik wil zeker niet demoraliseren, maar het is goed om realistisch te blijven over de gesteldheid van de bodem nu en in de toekomst.”