Normstelling en bodemkwaliteitsbeoordeling: NOBO

De beleidsbrief Bodem uit 2003 heeft geleid tot een vernieuwing van het normenstelsel voor de beoordeling van de bodemkwaliteit. Het nieuwe normenstelsel gaat uit van de risico’s van bodemverontreiniging voor mens, ecosysteem en landbouwproductie. Het houdt daarbij rekening met het gebruik van de bodem (de bodemfunctie).

Bodemfunctie is uitgangspunt

De bodemfunctie bepaalt in welke mate de mens in contact komt met bodemverontreiniging. Ook bepaalt het bodemgebruik of het beleidsmatig noodzakelijk is het ecosysteem in hoge mate te beschermen (bijvoorbeeld in een natuurgebied), of in minder hoge mate (bijvoorbeeld op een industrieterrein).

Eenduidige beoordeling risico’s

Om besluiten en normen goed en eenduidig op de risico’s van bodemverontreiniging voor mens, ecosysteem en landbouwproductie te baseren zijn door de projectgroep NOBO afspraken gemaakt. Deze afspraken gaan onder meer over de instrumenten om de risico’s te beoordelen, en de beschermingsniveaus en -doelen van de verschillende bodemfuncties. Dit is de basis van de nieuwe generieke Maximale Waarden. De ruimte voor lokale keuzes is afgebakend. Een aantal basiskeuzes ligt landelijk vast.

Chemische bodemkwaliteit

NOBO heeft zich beperkt tot de chemische bodemkwaliteit. Het project Referenties voor biologische bodemkwaliteit richt zich op de biologische bodemkwaliteit.

NOBO-rapport

In het rapport ‘Normstelling en bodemkwaliteitsbeoordeling, onderbouwing en beleidsmatige keuzes voor bodemnormen in 2005, 2006 en 2007 (pdf, 1.3 MB)’ kunt u de basis van alle normen uit het Besluit en de Regeling Bodemkwaliteit terugvinden. Dit rapport is definitief gemaakt per 18-12-2008. Het RIVM-rapport ‘Landelijke referentiewaarden ter onderbouwing van maximale waarden in het bodembeleid (pdf, 666 kB)’ geeft de wetenschappelijke details.

Maatschappelijke consequenties

Niet alleen het resultaat van de risicobeoordeling bepaalt de hoogte van de normen. Ook de maatschappelijke consequenties zijn bepalend. Voorbeelden hiervan zijn de hoeveelheid herbruikbare grond, of het aantal saneringsgevallen. Buiten NOBO zijn dergelijke beleidsmatige keuzes gemaakt voor de invulling van de bodemnormen van bepaalde stoffen. Deze zijn vastgelegd in het NOBO-rapport.

Meer NOBO-resultaten

Ook de nieuwe normen voor waterbodems en de nieuwe signaalwaarden voor de bescherming van de landbouwproductie, de LAC2006-waarden, komen kort in het rapport aan de orde. Meer details hierover staan in respectievelijk het RIZA-rapport ‘Nieuwe normen voor waterbodems’ en het Alterra-rapport ‘Onderbouwing LAC2006-waarden en overzicht van bodem-plant relaties ten behoeve van de Risicotoolbox’.

Een aantal aspecten van de locatiespecifieke risicobeoordeling is in het NOBO-rapport vastgelegd. De gehele locatiespecifieke risicobeoordeling voor landbodems is ingevuld in het project Saneringscriterium en ligt vast in de Circulaire bodemsanering. Voor waterbodems heeft het project Waterbodems in de Kaderrichtlijn Water de Circulaire en handleiding sanering waterbodems opgeleverd. In de bijlagen in het NOBO-rapport zijn alle getalswaarden voor bodemnormen opgenomen.

De resultaten van NOBO zijn verwerkt in de Risicotoolbox. Een artikel in het blad Bodem (pdf, 482 kB) licht toe hoe de NOBO-resultaten de basis vormen voor Lokale Maximale Waarden.

De afspraken die in het NOBO-rapport zijn vastgelegd, vormen de basis voor risicobeoordeling en normstelling. Hiermee is de uiteindelijke beoordeling van risico’s onafhankelijk van de individuele beoordelaar.

Tot slot heeft NOBO een belangrijk nevenresultaat opgeleverd. Dit is het rapport ‘Ken uw (water)bodemkwaliteit, de risico’s inzichtelijk (pdf, 508 kB)’ van Bodem+ en het ministerie van Verkeer & Waterstaat. Het geeft een overzicht van de onderbouwing van alle normen en beoordelingssystemen voor de chemische kwaliteit van bodem, waterbodem, grond en bagger.

Meer informatie

Downloads

Externe links