Wijziging Regeling bodemkwaliteit november 2018

Op 29 november 2018 is in de Staatscourant een wijziging van de Regeling bodemkwaliteit gepubliceerd. Deze regels gelden vanaf 30 november 2018. De belangrijkste wijzigingen zijn een verduidelijking dat in grond en baggerspecie geen plastics mogen zitten en een verheldering van de verplichting om passend vooronderzoek uit te voeren bij het afgeven van milieuhygiënische verklaringen. Daarnaast zijn actuele en verbeterde versies van diverse normdocumenten aangewezen in bijlagen C en D.

Geen plastics meer in toe te passen grond en baggerspecie

De regels over de aanwezigheid van bodemvreemd materiaal in grond en baggerspecie zijn aangepast. Bodemvreemd materiaal, anders dan steenachtig materiaal en hout, mag nog slechts sporadisch voorkomen. Bovendien moet bodemvreemd materiaal voor zover mogelijk uit de grond en baggerspecie worden verwijderd voordat het wordt toegepast. Hiermee is invulling gegeven aan de toezegging van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat aan de Tweede Kamer. Lees meer hierover in een eerder bericht op onze website.

Vooronderzoek bij afgeven milieuhygiënische verklaring

Voor een betrouwbare milieuhygiënische verklaring is goed uitgevoerd vooronderzoek een eerste vereiste. In paragraaf 4.3 van de Regeling zijn enkele wijzigingen aangebracht om te waarborgen dat passend vooronderzoek wordt verricht bij het afgeven van een milieuhygiënische verklaring. Ook is verwezen naar de nieuwe versies van NEN 5717 en NEN 5725. Voor het uitvoeren van vooronderzoek is geen overgangsrecht opgenomen. Wel is bepaald dat vooronderzoek dat is uitgevoerd voorafgaand aan de inwerkingtreding van de wijziging tot 1 januari 2020 gebruikt mag worden als onderdeel van de milieuhygiënische verklaring. Vooronderzoek dat wordt uitgevoerd na de inwerkingtreding van deze regeling dient te voldoen aan de nieuwe NEN-normen.

Splitsen van samengevoegde partij

Een andere wijziging heeft betrekking op het splitsen van een samengevoegde partij grond of baggerspecie. Splitsing van een samengevoegde partij is toegestaan, als wordt voldaan aan de voorwaarden en beperkingen die in BRL 9335 zijn gesteld (met name de minimale hoeveelheden van de afgesplitste deelpartijen uit paragraaf 6.9 van protocol 9335-1). Deze voorwaarden gelden dus niet alleen voor de certificaathouder maar nu ook voor degene die een samengevoegde partij afneemt. Overigens is de BRL 9335 (voor grondbanken en het samenvoegen van partijen) ingrijpend geactualiseerd en verbeterd.

Actualisatie wijziging normdocumenten

Verder bevat de regeling een (periodieke) actualisering van de verwijzingen naar normdocumenten in bijlagen C en D. Het bleek eerder niet mogelijk om de beoogde wijzigingsregeling, zoals die in de internetconsultatie voor inspraak was voorgelegd, in één keer door te voeren. Daarom is de voorgenomen wijzigingsregeling gesplitst in een deel 1 (wijzigingsregeling 2018.1 van 16 juli 2018) en het huidige deel 2 (wijzigingsregeling 2018.2). Voor een volledig overzicht van alle wijzigingen verwijzen we naar de publicatie in de Staatscourant.