Wet- en Regelgeving bodemenergie

Wijzigingsbesluit bodemenergiesystemen

Het Wijzigingsbesluit bodemenergiesystemen bepaalt de regels met betrekking tot het installeren en in werking hebben van bodemenergiesystemen. In het besluit wordt onderscheid gemaakt tussen open en gesloten bodemenergiesystemen.

De open systemen circuleren grondwater en worden ‘warmte koude opslagsystemen' (WKO) genoemd. De gesloten systemen wisselen warmte en koude uit via een gesloten buizenstelsel in de ondergrond en worden daarom 'bodemwarmtewisselaars' genoemd. Het Wijzigingsbesluit bodemenergiesystemen is geen zelfstandige maatregel van bestuur, maar wijzigt een aantal reeds bestaande besluiten.

U kunt een samenvatting van dit besluit downloaden. Op 25 maart is het wijzigingsbesluit gepubliceerd in het Staatsblad. Het besluit is in werking getreden op 1 juli 2013.

Voor een beknopte weergave van de regels van het WBBE voor gemeenten is er een factsheet (pdf, 60 kB) opgesteld.

Meldingsplicht gesloten systemen

Gesloten systemen die na 1 juli 2013 worden geïnstalleerd zijn meldingsplichtig op grond van het Wijzigingsbesluit bodemenergiesystemen.

Afhankelijk van het bodemzijdig vermogen van een gesloten systeem kan het zijn dat naast de melding ook een OBM (omgevingsvergunning beperkte milieutoets) is vereist. Dit is een vergunning op grond van de Wabo, waaraan geen voorschriften kunnen worden verbonden. Deze vergunning kan worden verleend of geweigerd (ja/nee toets). Weigeringsgronden zijn interferentie en ondoelmatig gebruik van bodemenergie.

Naast de meldingsplicht gelden er ook algemene regels die gelden voor bodemenergiesystemen die na 1 juli 2013 zijn geïnstalleerd. Met deze algemene regels wordt een algemeen beschermingsniveau bewerkstelligd. Dit houdt in dat het pakket aan algemene regels het belang van de bodem beschermen en invulling geven aan doelmatig gebruik van bodemenergie. De algemene regels bieden een algemeen beschermingsniveau voor heel Nederland dat is gericht op de bescherming van bodem en water en de bevordering van een doelmatig gebruik van bodemenergie, met inbegrip van het voorkomen van negatieve interferentie.

In bijzondere situaties (retourtemperatuur en energiebalans) wordt de mogelijkheid geboden om maatwerkvoorschriften te stellen (aangevraagd of ambtshalve) om het algemene beschermingsniveau aan te passen aan de individuele situatie. Hiermee kan worden afgeweken van de standaardbepalingen van het Activiteitenbesluit (Barim) en het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi) als het bevoegd gezag daarmee heeft ingestemd.

Voor gesloten bodemenergiesystemen geldt dus een uitputtende regeling van het algemene beschermingsniveau, waarop geen aanvullende regels mogelijk zijn, tenzij deze regels met een ander motief zijn gesteld.

Daarnaast kan er nog wel andere regelgeving van toepassing zijn, die bovenop de algemene regels gelden. Denk daarbij aan de Provinciale Milieuverordening (PMV) waarin een bijzonder beschermingsniveau voor het grondwater kan worden gesteld, maar ook bijvoorbeeld regels voor archeologie (bestemmingsplan).

Het is mogelijk dat er naast de regels uit het Wijzigingsbesluit bodemenergiesystemen ook regels gelden in het kader van de drinkwaterwinning.

Vergunningen

Voor open bodemenergiesystemen die grondwater onttrekken is altijd een vergunning nodig in het kader van de Waterwet. De provincie verleent de watervergunning voor de onttrekking op basis van de Waterwet. Voor het verkrijgen van een vergunning worden de potentiële milieuhygiënische en hydraulische gevolgen van het open systeem onderzocht en waar mogelijk beperkt of voorkomen.

Met de komst van het Wijzigingsbesluit bodemenergiesystemen worden er middels instructieregels voorschriften aan de vergunning verbonden die onder meer zien op de retourtemperatuur en energiebalans. De vergunning vervult daarmee een belangrijke rol in de borging van de kwaliteit van bodem en grondwater.

Sturingsmogelijkheden

De gemeente kan sturen op het plaatsen van gesloten bodemenergiesystemen door het aanwijzen van zogenaamde interferentiegebieden. Dit is niet verplicht. Door het aanwijzen van een interferentiegebied worden alle gesloten systemen binnen het aangewezen gebied OBM-plichtig. De gemeenten Rotterdam en Delft hebben hun interferentiegebied aangewezen bij verordening.

In de provincie Zuid-Holland beoogt men doelmatig gebruik van bodemenergie te bereiken met een gebiedsgerichte, planmatige aanpak (bodemenergieplan). De provincie wil zo'n aanpak faciliteren en heeft daarom het Toetsingskader vergunningverlening bodemenergie Zuid-Holland (pdf, 410 kB) plus de beleidsregel open bodemenergiesystemen vastgesteld.

Kern hiervan is dat als een gemeente een bodemenergieplan opstelt dat aan de kwaliteitseisen voldoet, de provincie in het stedelijk gebied en tuinbouwgebied bodemenergiesystemen toestaat in het eerste watervoerende pakket, mits het bodemenergieplan dit ondersteunt.

Een overzicht van de verschillende aspecten bij warmte-/koudeopslag kunt u vinden op de kaart voor ambitiegebieden.

Op grond van de vergunningverlenende bevoegdheid kan de gemeente beleidsregels opstellen. Deze beleidsregels mogen alleen verdere invulling geven aan het op doelmatig gebruik van bodemenergie en tegengaan van interferentie tussen bodemenergiesystemen. Zo is het mogelijk om het interferentiegebied ook naar diepte in de ondergrond te dimensioneren.

De beleidsregels zijn gekoppeld aan de bevoegdheid tot vergunningverlening en niet aan de aanwijzing van het interferentiegebied. Er kunnen dus ook beleidsregels worden vastgesteld voor verlening van een Obm voor grote gesloten bodemenergiesystemen (ook buiten interferentiegebieden) of een watervergunning voor open systemen.

In de beleidsregels kan worden aangegeven welke locaties, diepten, typen systemen en vormen van beheer in het gebied de voorkeur hebben, gegeven de gebiedspecifieke omstandigheden. De gemeente Zuidplas heeft dergelijke beleidsregels opgesteld.

Lozen bij aanleg en onderhoud bodemenergiesystemen

Bij de aanleg en het onderhoud van bodemenergiesystemen komt afvalwater vrij. Vooral de afvalwaterstromen bij het ontwikkelen en het onderhoud van open systemen zijn omvangrijk, waardoor het vinden van een geschikte lozingsroute lastig kan zijn. Bodemenergiesystemen worden immers vooral aangelegd in het stedelijk gebied, waar de mogelijkheden veelal beperkt zijn.

Bij lozingen door bodemenergiesystemen wordt onderscheid gemaakt in twee typen afvalwater:

  • afvalwater dat vrijkomt bij het boren van de gaten in de bodem voor de aanleg van bodemenergiesystemen (zowel open als gesloten systemen)
  • afvalwater dat vrijkomt bij het ontwikkelen en het beheer van open bodemenergiesystemen

Door de specifieke kenmerken van deze afvalwaterstromen geldt er een voorkeursvolgorde voor de lozingsroute. In de 'Handreiking lozingen bij aanleg en onderhoud van bodemenergiesystemen' worden de voorkeursvolgorde van de lozingsroutes verder uitgelicht.

Vind de Handreiking via de link in het Handboek Water.

Handige tools voor vergunningverlening en handhaving

De Handreiking besluiten bodemenergiesystemen (BUM) en de Handhavings Uitvoerings Methode (HUM) worden gebruikt door de gemeenten en provincies als bevoegd gezag voor open en gesloten bodemenergiesystemen.

In deze handreikingen zijn voorschriften uit het Wijzigingsbesluit bodemenergiesystemen en de Provinciale Milieuverordening verder uitgewerkt in een leidraad voor het beoordelen van vergunningaanvragen en voor de toetsing en handhaving van zowel de vergunningen als de algemene regels. Hierin zijn ook specifieke onderwerpen als energiebalans, interferentie en monitoring geoperationaliseerd.

In een aparte bijlage II bij de BUM en HUM is de toetsmethode op interferentie tussen kleine gesloten systemen opgenomen. De integrale versie en laatste stand van zaken vindt u op de website van SIKB.

Kamerstukken

Bijlagen(n):
AMvB bodemenergie in kort bestek, augustus 2012

Downloads


Zie ook

bodemenergie_IMG_4367_572_343