Bouwstoffen

Besluit bodemkwaliteit

Het Besluit bodemkwaliteit stelt producteisen aan de samenstellings- en emissiewaarden van steenachtige bouwstoffen (niet zijnde grond en baggerspecie) waaraan in de gehele bouwstofketen moet worden voldaan. Dit betekent dat de verschillende doelgroepen in de bouwstofketen elk op zich verantwoordelijk zijn voor de milieuhygiënische kwaliteit van de bouwstof.

Bouwstoffen mogen worden toegepast in nuttige werken, zoals gebouwen, wegen en bruggen. Is het werk niet ‘nuttig’, dan is er sprake van het zich ontdoen van afvalstoffen. Het is niet de bedoeling om toepassingen te bedenken om van een bouwstof af te komen, het Besluit wil immers hergebruik stimuleren om het gebruik van primaire materialen te voorkomen. Daarom mogen bouwstoffen alleen in een functioneel werk worden toegepast.

Bouwstoffen moeten voldoen aan maximale emissiewaarden en samenstellingswaarden. Voldoen ze daar aan dan mogen ze gewoon in de bodem worden toegepast. Voldoet de bouwstof niet aan deze waarden, dan is er sprake van een afvalstof. Door breken, zeven, scheiden of reinigen kan een deel van deze ‘afvalstof’ mogelijk alsnog voldoen aan de waarden die aan bouwstoffen worden gesteld.

Er zijn 3 categorieën bouwstoffen:

  • vormgegeven bouwstoffen
  • niet vormgegeven bouwstoffen zonder IBC-maatregelen
  • niet-vormgegeven bouwstoffen met IBC-maatregelen, de IBC-bouwstoffen

Kwaliteit bepalen
Van alle bouwstoffen moet worden aangetoond dat ze voldoen aan de normen die daarvoor gesteld zijn. Dit moet worden aangetoond met een milieuhygiënische verklaringen en een afleveringsbon. Op de milieuhygiënische verklaring staat de kwaliteit van de partij bouwstoffen aangegeven.

Meer informatie